Privé

Vermogen en sparen

Heeft u meer dan zo'n 20.000 euro vermogen (partner 40.000 euro) dan moet u box 3 heffing betalen. Als vermogen wordt aangemerkt

  • spaargeld
  • aandelen
  • tweede woning

U moet over dit vermogen - boven de genoemde vrijstelling -- 30% belasting betalen over een fictief rendement van 4%, derhalve 1,2%. Sinds 2010 worden vakantiewoningen etc. in box 3 gewaardeerd op de WOZ waarde en niet meer tegen de waarde in het economische verkeer.

Schulden

U mag  schulden in mindering brengen op uw vermogen. Hierbij tellen schulden tot zo'n 2.900 euro (bij partners 5.800 euro) niet mee. Welke schulden tellen mee

  • persoonlijke leningen voor een auto, vakantie, caravan, etc.
  • schulden voor de financiering van de tweede woning of de aandelen
  • hypotheekschulden die niet in box 1 (eigen woning) mogen worden ondergebracht
  • schulden volgens de wet studiefinanciering
  • overige schulden

Peildatum

U moet de schulden en bezittingen opnemen voor de waarde per 1 januari en 31 december. Sinds 2011 geldt er nog 1 datum, namelijk het vermogen per 1 januari.

Welk vermogen moet u meenemen?

Het gaat om uw vermogen, het vermogen van uw partner, kinderen of de kinderen van uw partner. U mag - los van wie eigenaar is - het vermogen na willekeur verdelen tussen u en uw fiscaal partner. Had u geen partner dan geeft u enkel uw vermogen en het vermogen van uw minderjarige kinderen (jonger dan 18 jaar) (waarover u het ouderlijk gezag had) aan. Leeft u gescheiden dan moet u 50% van het vermogen van uw kinderen aangeven.

Heffingsvrij vermogen

Het vermogen is voor 2009 tot een bedrag van 20.661 per persoon vrijgesteld (partners 41.322 euro). Dit wordt verhoogd als u minderjarige kinderen heeft, per kind komt er dan 2.762 euro bij. Deze vrijstellingen worden bij 65 plussers met een inkomen lager dan zo'n 20.000 euro en een vermogen lager dan 260.000 euro nog met een extra vrijstelling verhoogd met de ouderentoeslag.

Welk vermogen valt niet onder box 3 vermogen

Een aantal schulden mag u niet in box 3 opnemen, dit zijn:

  1. hypotheek eigen woning
  2. ondernemingsschulden
  3. schulden die niet opeisbaar zijn, bijvoorbeeld omdat u de langstlevende echtgenoot bent
  4. schulden met een looptijd korter dan 1 jaar
  5. belastingschulden (met uitzondering van schulden voor erfbelasting en als u voor 1 oktober om een voorlopige aanslag hebt verzocht)



Delen

11-04-2010

Deze pagina is aangemaakt op: 11-04-2010 09:57. Laatst gewijzigd op: 25-04-2012 13:33

home

over ons

contact

Auteurs

Print