Zakelijk

Aandelenopties voor werknemer

Het toekennen van aandelenopties aan werknemers komt in mijn praktijk nog steeds voor. Deze mogelijkheid is sinds 2005 wel minder aantrekkelijk. Wat zijn de fiscale gevolgen van een aandelenoptierecht voor een werknemer? In dit artikel een overzicht en wellicht een goed alternatief.

Belastingheffing werknemer

Sinds 2005 is bepaald dat optierechten worden belast op het moment van het daadwerkelijk uitoefenen van de optie. Het daadwerkelijke voordeel wordt in de loonheffing belast. Het voordeel bestaat uit het positieve verschil tussen de werkelijke waarde van het aandeel bij uitoefening en de prijs die werknemer moet betalen. Conclusie: opties werken fiscaal hetzelfde als loon of salaris.

Lucratief belang

Sinds 2009 is er nieuwe wetgeving, het lucratief belang (wet op de inkomstenbelasting). De belasting vindt plaats in de Inkomstenbelasting en niet in de Loonbelasting. Van een lucratief belang is sprake als een werknemer een recht krijgt toegekend  waarvan het (potentiële) rendement niet in verhouding staat tot de investering door de werknemer. De wetgeving is gericht op beursfondsen, private equity partijen en belachelijke beloningen voor managers. Veelal kregen zij aandelen die belast werden in box 3 (heffing 1,2%) en heel snel een vermogen konden opleveren. Dit voordeel wordt sinds 2009 belast in box 1 (maximaal 52%).

Belastingheffing werkgever

Tot 2007 kon aftrek worden geclaimd voor de onvoorwaardelijke aandelenopties. De aftrek was beperkt tot het bedrag dat als loon in aanmerking is of kon worden genomen. Alle andere kosten waren niet aftrekbaar (bijvoorbeeld als met verlies aandelen op de beurs moesten worden gekocht). Voor beursgenoteerde bedrijven wordt aangesloten bij de beurswaarde. Bij niet-beursgenoteerde bedrijven heeft de wetgever een formule bedacht. Er waren dus tot 2007 kosten aftrekbaar terwijl er in de loonheffing nog niets was belast. Sinds 2007 kan dit niet meer. Voor de Vennootschapsbelasting is bij opties niet meer aftrekbaar, het vindt geheel plaats in de kapitaalsfeer. Conclusie: opties niet aantrekkelijk.

Andere werknemersparticipaties

Naast de opties zie ik in de praktijk nog enkele mogelijkheden:

  1. Stock Appreciation Rights (SAR): recht op waarde-ontwikkeling in geld (soort tantième). De werknemer krijgt alleen iets als de aandelen in waarde stijgen. De werknemer krijgt geen aandelen op optierechten, maar geld. Op het moment van uitbetaling is loonheffing verschuldigd. Voordeel te behalen bij werknemers die niet in Nederland wonen op het moment van uitbetaling. Werknemer krijgt geen zeggenschap binnen de onderneming. Voor de VPB is de uitbetaling aftrek.
  2. Aandelen: voordeel werknemer (waarde en koopprijs) is belast met loonheffing. Voor de VPB is niets aftrekbaar. Voordeel te behalen door wellicht een lagere waarde (in overleg met de Belastingdienst) overeen te komen.

Conclusie

Meestal is het toekennen van aandelen de beste fiscale mogelijkheid, wellicht overwegen om 4% toe te kennen (hierdoor heffing veelal in box 3, opletten met de wetgeving inzake het lucratieve belang). Het toekennen van optierechten is fiscaal niet echt gunstig. Het kan wel zorgen voor binding van de werknemer. Een SAR is dan wellicht - voor de werkgever - een betere optie, immers de werknemer krijgt geen stemrecht en hoeft niet te worden uitgenodigd voor een aandeelhoudersvergadering.

Als de werknemer geen geld heeft om het aandelenbelang te kopen, kan dit eenvoudig worden opgelost. Dit kan bijvoorbeeld door het verstrekken van een lening of een herstructurering of het omzetten van de gewone aandelen in cumulatief preferente aandelen. Laat u adviseren door een fiscaal jurist.



Delen

05-03-2011

Deze pagina is aangemaakt op: 05-03-2011 10:03. Laatst gewijzigd op: 25-04-2012 20:10

home

over ons

contact

Auteurs

Print