Zakelijk Prive Modellen Fiscale adviesdossiers

Stel hier uw vraag!

Volledige naam *
Bedrijfsnaam
Telefoon *
3 + 6 =

Premieregeling pensioen

Inleiding

In mijn vorige artikel over premieregelingen heb ik stilgestaan bij de premieregelingen van de 1e generatie. Dit waren vaak dure en niet te doorgronden pensioenproducten. Door de jaren heen zijn de producten verbeterd. In dit artikel wil ik stilstaan bij de beleggingsfondsen.

De premieregeling voor pensioenen

De in de premieregeling gebruikte fondsen, die in het begin nauwelijks te controleren waren, werden onder het toezicht van de WtB (Wet toezicht Beleggingsinstellingen) gebracht. Hierdoor was het reilen en zeilen van een fonds veel zichtbaarder. De fondsen konden worden onderworpen aan een performance analyse onderzoek. Ieder fonds beloofde in de prospectus min of meer hetzelfde: “een rendement hoger dan de benchmark bij minder risico.” Bestudering van de fondsen leverde veel bijzonderheden op. Er waren fondsen die iets dergelijks in de prospectus hadden staan en vervolgens de index praktisch kopieerden. Extra rendement kan dan niet worden gehaald, sterker nog, het is een garantie voor underperformance, aangezien de beleggingskosten (destijds 1 tot 5%) van het rendement moeten worden afgehaald.

Langjarige studies hebben aangetoond dat maar weinig actieve managers een extra rendement kunnen behalen. Dit wordt veroorzaakt door de beleggingskosten en het aandeel van “timing en selectie” in het rendement. Dit aandeel is gering en wordt door experts op maximaal 10% ingeschat. Oftewel, door het selecteren van de juiste aandelen op het juiste moment, wordt het langjarig rendement maximaal 10% hoger. Dus 8,8% in plaats van 8%. Echter, ook is gebleken dat van de actieve fondsmanager over een langere periode (10 jaar) slechts een klein percentage (10%) de index verslaat. Ik heb me altijd afgevraagd hoe ik nu een actief fonds binnen een pensioencontract kon selecteren, dat na 10 jaar tot de selecte groep 10% gaat behoren, aangezien er ook nog geen enkel wetenschappelijk bewijs is gevonden van criteria die de kans op selectie van een toekomstig succesvol fonds kunnen vergroten.

Wel heb ik andere berekeningen gemaakt, zoals bijvoorbeeld de historische performance van een actief fonds, dat streeft naar meer rendement en minder risico. Deze heb ik vergeleken met de benchmark die het fonds hanteerde. Vervolgens heb ik berekend wat het verschil in opbrengsten is na een aantal jaren. In één geval is na 10 jaar bij het actieve fonds een underperformance aanwezig geweest in de laatste 10 jaar, waardoor het pensioenkapitaal 60% minder zou zijn geweest.  Bijna alle fondsen die werden onderzocht, met een historie van 5 tot 10 jaar, gaven hetzelfde beeld. Dit geeft aan dat de werkelijke kosten en risico´s niet in de kosten van de uitvoerder of adviseur zitten, maar in de beleggingen binnen het contract. En de hele pensioenwereld was zo gefocust op de kosten als percentage van de premie...

Aangezien performance attributie analyse een specialisme is waar zelfs de beleggingsexperts over van mening verschillen, is het voor de pensioenadviseur niet te doen om dit mee te nemen in het advies. Gelukkig wordt in contracten meer en meer gebruik gemaakt van indexfondsen. Dit zijn passieve fondsen (geen actieve fondsmanager) die de index kopiëren en een rendement en risico leveren die zo dicht mogelijk bij de index komen te liggen. De kosten hiervan zijn aanzienlijk lager (0,1 tot 0,5%). Bovendien wordt de continuïteit van het rendement beter gewaarborgd door het rationele geautomatiseerde beleggingsproces.

Auteur: ACP Adviescentrum voor Pensioenen, de heer Dennis Masselink FFP.


meer informatie over Premieregeling pensioen

Samengevat:

>
>
>
>