Zakelijk Prive Modellen Fiscale adviesdossiers

Stel hier uw vraag!

Volledige naam *
Bedrijfsnaam
Telefoon *
8 + 8 =

De coöperatie, een mooie rechtsvorm

De coöperatie wordt steeds meer gebruikt. Reden: beperking aansprakelijkheid en flexibiliteit. De coöperatie moet door een notaris worden opgericht en kent geen minimale kapitaalinbreng. Met de komst van de Flex B.V. is de coöperatie zeker een alternatief dat mede moet worden overwogen. De gemiddelde notaris en belastinginspecteur of accountant is nog niet echt bekend met de coöperatie, vandaar ook dit artikel.

In mijn praktijk adviseer ik al sinds jaren over de coöperatie, dit met name bij zelfstandige beroepen en centrale inkoop door meerdere ondernemers.

De coöperatie in het civiele recht

De coöperatie staat in de wet onder een bijzondere vorm van een vereniging, de coöperatie voorziet in ‘de stoffelijke behoeften van haar leden’. Een mooi voorbeeld van een coöperatie is de Rabobank, maar ook diverse inkoop-coöperaties. Via een gezamenlijke inkoop (schaalvergroting) wordt er goedkoper ingekocht. De coöperatie kan de winsten uitkeren aan haar leden, dit kan een normale vereniging niet. Een lidmaatschap van een coöperatie is niet (zomaar) overdraagbaar.

Notaristip

Meestal wordt in de statuten van een coöperatie een bepaling opgenomen waardoor het lidmaatschap wel kan worden overgedragen, zodat de beperking van overdracht wordt opgelost.

Aansprakelijkheid

De coöperatie wordt door een notaris opgericht en kent rechtspersoonlijkheid. Dit wil zeggen dat de coöperatie in zekere zin lijkt op de B.V of Flex B.V. De coöperatie is zelfstandig drager van rechten en verplichtingen, zoals de jurist dit zegt. De leden van een coöperatie zijn niet aansprakelijk voor overeenkomsten / verbintenissen die de coöperatie is aangegaan. Dit is anders als sprake is van bewuste fouten van de leden of beroepsfouten (zoals bij advocaten en medici). Voor dit soort zaken wordt vaak een beroepsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. De leden zijn derhalve - mits ze geen rare dingen doen - aansprakelijk voor hun inbreng of storting op de ledenrekening, dit lijkt op de storting op aandelen bij een normale B.V. In de statuten kunnen nog bijzondere bepalingen staan omtrent de aansprakelijkheid (WA, UA en BA).

Winst en verlengstukwinst

De coöperatie zal zelf vennootschapsbelasting betalen over de gemaakte winst. Vorenstaande staat helder beschreven in de Wet op de Vennootschapsbelasting. Voor een toelichting, lees dit besluit.

Leden die tevens werknemer zijn van de coöperatie vallen onder de loonheffing.

Een winstuitdeling van de coöperatie aan haar leden is niet belast voor de dividendbelasting, tenzij sprake is van misbruik van de coöperatie (artikel 1 lid 7 Wet op de Dividendbelasting). De coöperatie wordt door deze vrijstelling steeds vaker gebruikt binnen internationale structuren. Bij opzetjes wordt er wel dividendbelasting geheven, advisering bij internationale structuren is dan ook absolute noodzaak.

De winst van de coöperatie moet worden verdeeld in:

  • echte winst: de winst van de coöperatie, onderworpen aan vennootschapsbelasting;
  • winst leden: de zogenaamde verlengstukwinst, dit is de winst die toerekenbaar is aan de prestatie van of door de leden. De verlengstukwinst is aftrekbaar van de winst van de coöperatie (anders dubbele heffing). De leden moeten dus zelf belasting betalen over de winst die aan hen wordt toegerekend. Dit kan vennootschapsbelasting (lid is B.V.) of inkomstenbelasting (lid is natuurlijk persoon) zijn.

Winst aan natuurlijke persoon

De winst voor de leden (als natuurlijk persoon) is niet zomaar aftrekbaar. De uitkering moet dan afhankelijk zijn van zijn aandeel in het ledenkapitaal (naar rato). De heffing zal mede afhangen van het feit of het lid in de coöperatie zelf ondernemer is of niet. Als de coöperatie meer zou uitkeren dan haar eigen winst, dan is het meerdere niet aftrekbaar.

Winst aan rechtspersoon

Een uitkering door de coöperatie aan een B.V. is niet aftrekbaar. In dergelijke situaties voorkomt de zogenaamde deelnemingsvrijstelling dat er dubbele heffing zou kunnen plaatsvinden.

Voorbeeld winst en verlengstukwinst coöperatie

10 Ondernemers (natuurlijke personen) hebben samen een coöperatie opgericht. Ze kopen gezamenlijk mobiele telefoons en telefoonabonnementen in. De activiteiten van de coöperatie worden verricht voor de leden. In dit geval kan de gehele winst van de coöperatie worden gezien als verlengstukwinst van de coöperatie. Bij de leden wordt de uitgekeerde verlengstukwinst belast in box 1. Als de leden ondernemer zijn, is er niet zoveel aan de hand.

Als de leden geen ondernemer zijn, dan wordt hun werk voor de coöperatie gezien als loon en wordt hun lidmaatschap opgenomen in box 3. Er zou discussie met de Belastingdienst kunnen ontstaan over de uitkering op de ledenrekening (al hetgeen uit dienstbetrekking wordt genoten is loon).

Bij een belang van meer dan 5% is sprake van een aanmerkelijk belang, derhalve heffing in box 2. Als deze persoon ook in dienstbetrekking is bij de coöperatie, dan moet de gebruikelijkloonregeling (artikel 12a Wet Loonbelasting) worden toegepast. Dit kan in de praktijk een probleem opleveren. Bij een uitkering aan een ondernemer is sprake van box 1 heffing en dus geen box 2 heffing (rangorderegeling, eerst box 1 en dan box 2, etc.).

Coöperatie bij veel aandeelhouders

De coöperatie wordt ook regelmatig toegepast als er meer leden resp. aandeelhouders zijn in een bedrijf. De B.V.-vorm kan dan een probleem opleveren. Stel, er is een B.V. met meer dan 20 aandeelhouders, het belang is dan minder dan 5%, de deelnemingsvrijstelling is dan niet van toepassing op dividenduitkeringen (deelnemingsvrijstelling geldt namelijk enkel als het belang 5% of meer bedraagt). De coöperatie is dan een prima oplossing. Voordelen uit hoofde van een lidmaatschap in een coöperatie vallen altijd onder de deelnemingsvrijstelling.

Coöperatie binnen internationale ondernemingen

Stel, een concern heeft haar moedermaatschappij in Rusland. Er zit een dochteronderneming in Nederland en de Nederlandse deelneming heeft dochterondernemingen in België en Spanje. Op dividenduitkeringen van de Nederlandse dochteronderneming aan de Russische moedermaatschappij moet op grond van het belastingverdrag met Rusland 10% dividendbelasting worden ingehouden. Als de aandelen in de Nederlandse B.V. worden gehouden door een coöperatie, dan hoeft op de dividenduitkering geen dividendbelasting te worden ingehouden. Sinds 2012 is er nieuwe wetgeving ingevoerd die ervoor zal zorgen dat het inschakelen van de coöperatie dividendbelasting niet zal voorkomen. Als de coöperatie wordt gebruikt om inhouding van dividendbelasting te voorkomen, moet er wel dividendbelasting worden ingehouden. Bij nieuwe internationale structuren wordt de coöperatie nog steeds gebruikt, het is dan wel verstandig om dit in overleg met de Belastingdienst op te zetten (ruling).

Als de moedermaatschappij is gevestigd binnen de Europese Unie, dan is het meestal niet nodig om een coöperatie te gebruiken. Binnen de Europese Unie is namelijk meestal de zogenaamde moeder- / dochter-richtlijn van toepasssing. Hierdoor mag er geen dividendbelasting worden ingehouden op dividenduitkeringen.

Jurisprudentie

Een fusie tussen 2 B.V.'s kan zonder fiscale consequenties. Een fusie tussen een B.V. en een coöperatie zou ook zonder belastingheffing moeten kunnen plaatsvinden. Een (aandelen)fusie kan namelijk belastingvrij plaatsvinden als een aandelenbelang wordt overgedragen aan een andere rechtspersoon tegen verkrijging van aandelen in de uiteindelijk verkrijgende vennootschap. De Hoge Raad was echter recentelijk van mening dat een fusie tussen een B.V. en een coöperatie niet mogelijk is. Herstructureringen met een coöperatie moeten dus anders worden vormgegeven (voor de liefhebber: dit was Hoge Raad 24 februari 2012 met rolnummer 10-04792).

In een uitspraak van de Hoge Raad uit 2010 is gebleken dat bij een coöperatie het gebruikelijke loon kan gelden. In deze uitspraak was een lid voor de coöperatie werkzaam, dit lid was geen zelfstandig ondernemer (voor de liefhebber: dit was Hoge Raad 9 juli 2010 met rolnummer 09/02148).

Conclusie

De coöperatie wordt nog steeds gebruikt binnen internationale structuren. Steeds meer medici, advocaten, notarissen, etc. gebruiken de coöperatie. Ook transportondernemingen, ZZP'ers, bouwvakkers, kunnen de coöperatie gebruiken ter voorkoming van aansprakelijkheden en om flexibiliteit binnen een bedrijf te behouden. De eigenaren resp. leden kunnen natuurlijke personen en rechtspersonen zijn. Als het lid natuurlijk persoon is, dan is het belangrijk om kritisch te kijken naar het gebruikelijke loon. Dit is te voorkomen als het lid zelfstandig ondernemer is. De grens tussen ondernemer en DGA is soms een grijs gebied, advisering door een fiscaal jurist is dan wenselijk.

Bron

Dit artikel is geschreven in samenwerking met www.estateplanningsjuristen.nl.


meer informatie over De coöperatie, een mooie rechtsvorm

Samengevat:

>
>
>
>