Zakelijk Prive Modellen Fiscale adviesdossiers

Stel hier uw vraag!

Volledige naam *
Bedrijfsnaam
Telefoon *
7 + 10 =

Bezwaarschrift inkomstenbelasting

Belastingdienst regio ..............................
Kantoor ..............................
Postbus ......


Plaats .............................., datum ...............


Onderwerp: bezwaarschrift .............................. aanslag Inkomstenbelasting ............... ten name van de heer .............................., wonende aan de .............................. te .............................. (aanslagnummer ...............)


Weledelgestrenge heer, vrouwe,

Namens in hoofde genoemde belastingplichtige maak ik hierbij bezwaar tegen de door u opgelegde aanslag Inkomstenbelasting over ...... en / of uw voornemen tot afwijking van de ingediende aangifte Inkomstenbelasting over ......

Feiten

De aangifte inkomstenbelasting over ...... is ingediend op ............... De (voorlopige) aanslag, kenmerk ...............(dagtekening ...............) is opgelegd op ............... De verschuldigde inkomstenbelasting (of aanslag) over ...... bedraagt € ...............

Bezwaren

U heeft de verplichting tot het betalen van een alimentatieschuld niet als schuld in box 3 in aanmerking genomen. Deze materie zal bij u bekend zijn omdat vanuit vele kanten bezwaar zal worden gemaakt tegen deze afwijking. De verplichting dient echter wel degelijk als schuld in box 3 in aanmerking te worden genomen en wel om de volgende redenen:

1. In de cassatie-uitspraak van de Hoge Raad (27 februari 2009, rolnummer 07/12914) heeft ons hoogste rechtscollege geoordeeld dat de verplichting tot het betalen van periodieke giften in aftrek kan worden gebracht. De argumenten die de Hoge Raad in dit arrest hanteert zijn ook van toepassing op te betalen alimentatie. In beide gevallen gaat het immers om een verplichting tot het betalen van bedragen voor persoonsgebonden aftrekposten.

2. In de oude wetgeving over dit onderwerp, zijnde onder meer artikel 7 lid 1a van de Wet op de vermogensbelasting 1964, is expliciet bepaald dat met alimentatieverplichtingen geen rekening wordt gehouden bij de bepaling van de waarde van het vermogen. Een dergelijke bepaling ontbreekt in de huidige Wet inkomstenbelasting 2001. In de Wet inkomstenbelasting 2001 is derhalve de lijn van de Wet op de vermogensbelasting 1964 bewust niet door de wetgever voortgezet. 

3. Nu de betreffende bepaling uit artikel 7 lid 1 a Wet op de Vermogensbelasting 1964, die naar aanleiding van HR 14 april 1926, B3799 in de wet was opgenomen, niet meer in de huidige Wet inkomstenbelasting 2001 staat, is er ook geen reden om aan te nemen dat de betreffende uitspraak uit 1926 nog van toepassing is.

4. Dat de Staatssecretaris inmiddels een wetswijziging heeft doorgevoerd, impliceert dat onder de huidige wet alimentatieschulden in box 3 in aanmerking komen. 

5. De Rechtbank Breda bevestigt het hier ingenomen standpunt in haar arrest van 11 december 2009, rolnummer 08/5017.

Conclusie

Ik verzoek u de aanslag aan te passen door de alimentatieschuld per ............... voor een bedrag ad € ............... op te nemen als schuld in box 3. Ik verzoek u de aanslag te verminderen tot een belastbaar inkomen van € ..............., de hierover verschuldigde belasting bedraagt € ...............

Vergoeding kosten bezwaarfase

Onder verwijzing naar artikel 7.15 van de Algemene wet bestuursrecht en het op dat artikel gebaseerde Besluit proceskosten bestuursrecht, verzoek ik u de door belanghebbende gemaakte kosten te vergoeden. Er is immers sprake van onrechtmatig handelen van de zijde van de Belastingdienst, terwijl deze onrechtmatigheid ook aan de Belastingdienst is te wijten. Het zonder nadere motivering niet volgen van de ingediende aangifte, als gevolg waarvan de heffingskorting verkeerd is toegepast en voorts de voorheffingen niet zijn verrekend, zoals in casu is gebeurd, is onrechtmatig. Het bedrag van de aan belanghebbende te vergoeden kosten bedraagt tot op heden € 181. Ik ga daarbij uit van een zaak van gemiddeld gewicht, waarbij een factor hoort van 1. Ik behoud mij het recht voor om, mocht daartoe aanleiding bestaan, het bedrag aan verzochte onkostenvergoeding aan te passen aan toekomstige omstandigheden, zoals het eventueel bijwonen van een hoorzitting voor het geval u voornemens bent dit bezwaarschrift af te wijzen.

Mediation

Als u het niet met mijn bezwaren eens bent, doe ik hierbij alvast een beroep op de mogelijkheden van mediation. Omdat dit op basis van vrijwilligheid plaatsvindt, kan ik u niet verplichten. Volgens de Staatssecretaris (brief 8 april 2005, DBG 2005 - 01109) heeft in 80% van de gevallen mediation een positief effect. Dit instrument is dan ook - bij afwijzing van mijn bezwaren - een goede oplossing. Het heeft mijn voorkeur om te werken met een externe mediator.


Uitstel van betaling

In dit kader verzoek ik u om uitstel van betaling tot het moment dat u op dit verzoek heeft beslist. In dit kader verzoek ik om uitstel van betaling voor een bedrag van € ..............., zijnde het belastingbedrag samenhangende met mijn bezwaren. Het door mij verschuldigde bedrag van € ............... wordt voor ............... (reguliere betaaldatum) voldaan.

Horen

Tenslotte verzoek ik u mij te horen als u voornemende bent van dit bezwaarschrift af te wijken. Ik verneem dan graag voor het horen schriftelijk uw argumenten en motivatie waarom u niet voornemende bent om (volledig) aan mijn bezwaren tegemoet te komen.

Ontvangstbevestiging

Ik verzoek u mij de ontvangst van deze brief schriftelijk te bevestigen.

Aanhouding

Als u dit bezwaarschrift niet accepteert en derhalve negatief wilt reageren, verzoek ik u dit bezwaarschrift aan te houden, waarbij wordt aangesloten bij lopende procedures over dit onderwerp. Deze zijn mij thans niet bekend omdat ik niet over de benodigde databanken beschik.


Als u nog vragen of opmerkingen heeft, hoor ik deze graag.


Hoogachtend,


meer informatie over Bezwaarschrift inkomstenbelasting

Samengevat:

>
>
>
>